Home informatie dierwelzijn en consumenten
dierwelzijn en consumenten PDF Print E-mail

 

Consumenten weinig kennis over dierenwelzijn

23 juni 2005 - Consumenten weten weinig van dierenwelzijn, hebben een laag vertrouwen in de veehouderij, geven ten aanzien van een verbetering van het dierenwelzijn de voorrang aan meer ruimte voor het dier, voelen zichzelf deels verantwoordelijkheid voor het verbeteren van dierenwelzijn, maar laten zich toch ook door de prijs leiden. Dit blijkt uit een consumentenonderzoek dat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft laten houden. Het onderzoek diende als basis voor de elfde bijeenkomst van het LNV Consumentenplatform over het welzijn van koeien, varkens en kippen. Het ministerie van LNV wilde van het Consumentenplatform horen wat consumenten vinden over dierenwelzijn, wat zij daar zelf aan willen bijdragen en wie verantwoordelijk is voor de verbetering van dierenwelzijn. Het ministerie van LNV zal de aanbevelingen van het platform en de bevindingen uit het onderzoek waar mogelijk meenemen in de beleidsontwikkeling.

 

Het Consumentenplatform beveelt aan om het vertrouwen van de consument in de veehouderij te herstellen. Volgens het Consumentenplatform kunnen boeren hierbij de sleutel vormen door hun deuren te openen voor geĆÆnteresseerden. Uit het onderzoek bleek overigens dat de consumenten de veehouderij als totaliteit wantrouwden, maar niet de individuele boer. Het Consumentenplatform stelde daarnaast dat de overheid de verantwoordelijkheid voor het verbeteren van dierenwelzijn niet alleen bij de consument kan neerleggen: het gaat volgens het platform om een publieke zaak. Ook het bedrijfsleven en de overheid zelf hebben hun verantwoordelijkheid. Het Consumentenplatform vindt daarnaast het prijsverschil tussen reguliere en biologische producten te groot, waardoor consumenten zich toch door de prijs laten leiden. De overheid zou daarom innovaties moeten stimuleren en faciliteren om een middensegment te creĆ«ren: wel diervriendelijk, maar niet biologisch. Wel is het zo dat de markt de consument moet verleiden om te kiezen voor welzijnsvriendelijk vlees en niet andersom. Het Consumentenplatform beval tenslotte aan om de voornaamste exportlanden, zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, nauwer te betrekken bij het Nederlandse dierenwelzijnsbeleid.

 

In het onderzoek konden de ondervraagden aangeven welke partijen ze verantwoordelijk achten voor de verbetering van dierenwelzijn (meerdere antwoorden mogelijk): 21% van de ondervraagden acht zichzelf verantwoordelijk, 64% vindt dat overheid verantwoordelijk is en 47% de boer. Consumenten blijken meer informatie te willen hebben over de achtergrond van hun vlees. 74% van de ondervraagden wil weten of het vlees diervriendelijk is geproduceerd, maar 24% ook niet. Als redenen om het niet te willen weten wordt geantwoord dat men denkt dat het wel goed geregeld is met het dierenwelzijn in Nederland of dat men dan vreest geen vlees meer te willen eten: \'Als je niet vegetarisch bent, wil je toch helemaal niet weten hoe je vlees wordt geproduceerd.\' Consumenten weten nu niet goed hoe ze kunnen zien of vlees diervriendelijk is geproduceerd. Sommigen vragen het aan de slager, anderen denken dat het op het etiket staat en sommigen maakt het niet uit. Als het op het etiket zou staan, zou 71% vaker diervriendelijk vlees kopen. Een aantal mensen denkt dat diervriendelijk geproduceerd vlees lekkerder is.

 
 

fotoboek