Home informatie oplossing tekening spreekwoorden
Oplossing spreekwoorden en gezegdes PDF Print E-mail

 

 

Spreekwoorden en gezegdes

 

1

Eén zwaluw maakt nog geen zomer.

Eén enkel gunstig feit mag men niet veralgemenen.

2

Achter de wolken schijnt de zon.

Er komt altijd weer een voorspoediger tijd.

3

Na regen komt zonneschijn.

Na tegenslag komt altijd weer een periode van voorspoed.

4

Hoge bomen vangen veel wind.

Belangrijke personen krijgen veel kritiek.

5

Beter het hoofd in de regen dan de voeten nat.

Beter het ongelijk meteen toegeven dan er omheen draaien en door de mand vallen.

6

Er valt meer regen naast je dan op je.

Het kan altijd slechter.

7

Een speld/naald in een hooiberg zoeken.

Een bijna onmogelijke opdracht uitvoeren.

8

Met de kippen op stok gaan.

Vroeg gaan slapen.

9

Als de kippen erbij zijn.

Er als eerste erbij zijn.

10

Met alle winden meewaaien.

Geen eigen mening hebben.

11

Geen rook zonder vuur

In ieder praatje zit iets van waarheid.

12

Zoals de wind waait, waait zijn jasje.

Geen eigen mening hebben, niet standvastig zijn.

13

Hij kan de zon niet in het water zien schijnen.

Hij is jaloers.

14

Achter het net vissen.

De kans laten voorbijgaan.

15

Op het droge zitten.

Niet meer, zonder hulp, uit deze nare situatie kunnen komen.

16

Dat staat als een paal boven water.

Hier is geen twijfel mogelijk.

17

Over het paard getild zijn.

Verwend zijn en daardoor onhandelbaar.

18

Het paard achter de wagen spannen.

Iets verkeerd, onlogisch aanpakken.

19

Men moet een gegeven paard niet in de bek kijken.

Men moet geen aanmerkingen maken op iets dat men heeft gekregen

20

De koe/stier bij de horens vatten.

Resoluut aan iets beginnen.

21

Men noemt geen koe bont, of er zit wel een vlekje aan.

Een slecht gerucht, bevat meestal wel een kern van waarheid.

22

Zo dom als het achtereinde van een koe.

Erg dom.

23

Over de brug komen.

Betalen.

24

Blaffende honden bijten niet.

Wie dreigt is ongevaarlijk.

25

Op handen dragen.

Alles voor iemand over hebben.

26

Niet klagen maar dragen en vragen om kracht.

Met geduld en gebed tegenslagen verduren.

27

Meisjes die bloemen dragen, mag je kussen zonder te vragen.

Een aanmoediging om meisjes met bloemen te kussen.

28

De bloemetjes buitenzetten.

Feest vieren.

29

Iets op zijn sloffen af kunnen.

Iets zonder veel moeite kunnen.

30

Een kat in de zak kopen.

Een slechte aankoop. Men komt bedrogen uit.

31

Water bij de wijn doen.

Een compromis sluiten.

32

Iemand klare wijn schenken.

Iemand de waarheid zeggen.

33

Op alle slakken zout leggen.

Kritiek hebben op iedere kleinigheid.

34

Wij zullen dat varkentje wel eens wassen.

Wij zullen dat moeilijke karwei wel opknappen.

35

Iemand de hand boven het hoofd houden.

Iemand beschermen.

36

Het hoofd boven water houden.

Overleven.

37

In troebel water is het goed vissen.

Men kan van de moeilijkheden van een ander gebruik maken, om er zijn eigen voordeel mee te doen.

38

Zich voelen als een vis op het droge.

Zich ergens niet thuis voelen.

39

Boter bij de vis.

Contante betaling.

40

De knoop doorhakken.

Een beslissing forceren.

41

De gordiaanse knoop doorhakken.

Een beslissing forceren.

42

Lachen als een boer die kiespijn heeft.

Men lacht geforceerd.

Zich een houding geven.

43

Je kijkt met je neus.

Niet goed of aandachtig zoeken.

44

De kat uit de boom kijken.

Een afwachtende houding aannemen.

45

De appel valt niet ver van de boom.

Kinderen aarden meestal naar hun ouders.

46

Aan de vruchten kent men de boom.

Karakter toont zich in daden, in kinderen herkent men de ouders.

47

Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.

Je bent beter af met een kleinigheid waarvan je zeker bent dan met een grote hoeveelheid waarvan je niet zeker bent.

48

Zo vrij als een vogel.

Niet gebonden zijn aan iets of iemand.

49

Iemand met de vinger nawijzen.

Iemand uitlachen.

50

Er komen altijd gordijnen voor de ramen.

Uiteindelijk komt alles goed...

51

Iemand het gat van de deur wijzen.

Iemand verzoeken weg te gaan.

52

Daar moet de schoorsteen van roken.

Daar moet van geleefd worden.

53

Van dank u rookt mijn schoorsteen niet

Werk uitvoeren dat niet betaald wordt.

54

Van liefde alleen kan de schoorsteen niet roken.

Liefde is onvoldoende er is ook geld nodig.

55

Geen beter gemak, dan een eigen dak.

Thuis voel je je het beste.

Een eigen huis heeft voordelen.

 
 

fotoboek